Bijdragen

Wim Kooyman

Verdriet en veerkracht van een instituut

Als er een gebouw is waar ik altijd graag kwam dan is dat wel het gebouw van de faculteit Bouwkunde van de TU Delft dat op 13 mei 2008 door brand werd verwoest. Waarom kwam ik daar nou zo graag? Was het nou zo’n mooi gebouw? Wat mij betreft in ieder geval niet in cosmetisch opzicht, het gebouw zag er misschien zelfs wel saai uit. Maar architect Van den Broek wist vooral een functioneel gebouw te creëren. Zondermeer gaf het gebouw me altijd een goed en groot gevoel van ruimte: de plafonds niet te laag, de gangen niet te smal en, hoe tegenstrijdig misschien ook, geen hokkerige indeling. Er was veel ruimte en dat vind ik fijn. Ook was er veel daglicht. Kennelijk doet dat iets met mensen. In het gebouw heerste altijd dynamiek — zonder dat het hectisch was. En dan wordt de sfeer in een gebouw natuurlijk ook bepaald door de mensen die er werken en leven. Vooruitstrevend, hard werkend, creatief, inspirerend en loyaal. Dat zijn wel de kernwoorden die passen bij de sfeer die de studenten en de medewerkers in dat gebouw op mij afstraalden. Telkens weer ervoer ik die sfeer als geweldig en het gaf mij ook veel energie.

Lees verder…

Wim Kristel

Beste bouwkunde,

Zeven jaar heb ik er rondgelopen, een gebouw waar je uiteindelijk een band mee krijgt. In de tijd dat ik studeerde, begon de waardering voor de bakstenen truttigheid weer te verdwijnen. Het betonnen gebouw van Broek en Bakema was als een lichtend voorbeeld. Zonder al die ornamentiek en met eerlijke verrassende ruimtelijke concepten was het een bijzonder gebouw. Maar dat realiseerde je pas na een jaar of twee studie.

De maquette werkplaats, waar je met lintzagen een blok piepschuim te lijf kon gaan. De blokkenhal, waar je maquettes schaal 1:1 kon maken en tentoonstellingen kon gaan zien. De zonnesimulator, die gigantische stalen constructie met een lamp en een holle spiegel eraan. Er was zelfs een bescheiden studio voor de productie van (video) films. Al die prachtige atelier ruimtes in de hoogbouw, waar het project onderwijs floreerde. Het zijn zo maar een paar beelden die bij me opkomen.

Maar de meest levendige en dierbare herinnering is toch de enorme centrale hal. Er was altijd geroezemoes en de koffie smaakte altijd naar slootwater, maar wat een enorme indruk maakte die hal op mij als beginnend student bouwkunde. Die hal, daar draaide het hele gebouw om.

Het was niet alleen het gebouw van het bouwkunde onderwijs, het was ook het gebouw van de bouwkunde feesten. Dan werd de hele begane grond omgevormd tot een feest met experimentele avant-garde muziek en lichteffecten. Ook tijdens de feesten toonde vooral de centrale hal haar kwaliteiten. Het was een dynamische ruimte die al die mensen met hun muziek, bier en lichteffecten ontving.

Ik woon hemelsbreed nog steeds op ongeveer 1200 meter afstand van het gebouw. Elke dag zag ik de vertrouwde contouren tussen de bomen, als ik uit de richting Den Haag de afslag Delft-Zuid opreed. Nu staat op die plek nog het karkas, waar je zo doorheen kunt kijken. Ook dat karkas zal verdwijnen. Het lijkt mij geen goed idee om het gebouw te herbouwen, want een kopie is nooit zo goed als het origineel. Laat er een nieuw gebouw komen, maar wel met minstens dezelfde kwaliteiten.

Ik denk aan al die mensen die in dat geweldige gebouw werkten. De resultaten van jarenlange studies en onderzoeken zijn letterlijk in rook opgegaan. Voor mij is het slechts een weemoedig gevoel, ik ben een stuk verleden kwijt. Maar zelfs dat doet al pijn.

Lees verder…

Wim T. Jansen

Beste bouwkunde,

Als ik terug denk aan de sfeervolle, leerzame en gezellig momenten op de faculteit Bouwkunde, bekruipt mij het gevoel van een warme douche. Ondanks dat uitwisseling van kennis en kunde hoog in het vaandel stond was er voldoende ruimte om te netwerken en ervaringen uit te wisselen die breder waren dan alleen bouwkunde. Relatie met andere bloedgroepen binnen Real Estate waren van bijzonder toegevoegde waarde en gaven kleur aan het vakgebied.

De tragiek van de brand, hoezeer ook verwant aan de omgeving, het beeld dat opdoemt en de sfeer die er heerste, leeft voort in een blijvende herinnering. Het nieuw op te trekken gebouw biedt kansen voor de toekomst om te laten zien dat de faculteit een dynamische en flexibele omgeving is waar docenten en studenten werken aan de verdere ontwikkeling en professionaliseren van het vakgebied, “de toekomst is vandaag begonnen”.

Tot slot haal ik het erfgoed van Albert Einstein aan:

Imagination is more important than knowledge’

Lees verder…

Werner Schoeman

Beste bouwkunde,

gedachten caleidoscoop

Een paar weken voor de brand liep ik in een droom weer door de hal van het gebouw. Ik had me gerealiseerd dat het al te lang geleden was dat ik het gebouw met zijn specifieke atmosfeer had bezocht. Tijdens de wandeling merkte ik op dat er eigenlijk niets was veranderd: de vele en hier en daar rommelig geplaatste fietsen voor de entree, de affiches als je net de hal instapte en de gele diagonaal geplaatste tafels in de ijle glazige hal. Eigenlijk ook nog het zelfde type studenten: anders dan de gemiddelde TU student en met een breed spectrum aan stijlen en kleding.

Voor mij waren Bouwkunde en het Bouwkundegebouw het zelfde. Mijn eerste kennismaking met het gebouw in 1984 bevestigde mijn keuze voor Delft en Bouwkunde. Dit is wat ik zocht in al zijn facetten. Nu je er niet meer bent weet ik dat ik je zal missen.

Nu je er niet meer bent wordt ook heel duidelijk hoe je organisaties vereenzelvigd met het gebouw waarin ze zijn gehuisvest. In mijn dagelijkse bezigheden is dit juist iets waar ik gebruik van maak. Mijn klanten ervaren dit ook. Waarom anders willen ze juist tijd vrijmaken om aan de hand van ‘brown paper’ sessies en collages invulling te geven aan hun eigen identiteit als organisatie en deze daarna vast te leggen als ‘moodboard’ en referentieboekjes? Waarom anders ook delen ze graag hun businessplan en wijzen daarin aan wat zo wezenlijk is voor hun organisatie en waarom ze dit graag tot uitdrukking willen brengen in hun huisvesting?

Bouwen is emotie, slopen ook. Ik hoorde wel eens van mensen waarvan het woonhuis was gesloopt en die daar veel moeite mee hadden. Dit laatste is me tot heden bespaard gebleven, maar het verlies van Bouwkunde geeft een soortgelijke emotie. Dagelijks rijd ik op weg naar mijn werk over de Schoemakerstraat en telkens is de sloop weer verder gevorderd. Telkens doe ik mijn best om weer even goed te kijken hoeveel er nog van je overeind staat.

Tijdens mijn wekelijkse loopje over de zaterdagmarkt kwam ik mijn oud docent Nanning Tomberg tegen. Natuurlijk moesten we praten en natuurlijk ging dat over Bouwkunde. Wat ik wil delen is dat Nannings droom om zijn oud studenten na zijn pensioen te bezoeken en ze dan nog een van hun oude werkstukken te overhandigen in rook is opgegaan. En met hem de dromen van evenzoveel docenten.

Eerlijk is eerlijk: het was een mooie brand. Als je iets doet, doe het dan goed is een adagium dat ik regelmatig bezig. De dag van 13 mei had ik een zakelijke afspraak bij het naastgelegen gebouw van Rijkswaterstaat om een sitesurvey te doen voor hun nieuwbouw in Delft. Die ochtend had ik al vroeg het bericht van een vriendin ontvangen — die de brandweerberichten op internet volgt — dat er brand was. En ze belde tijdens de ochtend dat dit serieuze vormen aannam. Op weg naar Delft zag ik vanaf het Kleinpolderplein de rookpluim af en wist dat het goed fout ging. Dichter bij Delft gekomen zag ik de rode streep op de toen brandende verdieping en had een 9–11 deja vu. Ik kwam net aan toen de afrit de TU wijk in werd afgesloten. Mijn klanten van Rijkswaterstaat mochten niet meer van het terrein af, dus met de Rijksgebouwendienst uitgeweken naar de Kluyverweg waar eveneens een Rijkswaterstaat pand ligt. Na het gereed komen van onze werkzaamheden nog even wezen kijken op de Mekelweg onder het viaduct van de Kruithuisweg. Wat een vlammen. Je zag het vuur bezit nemen van een volgende verdieping. Heel indrukwekkend en in ieder geval gezorgd voor een mooie show.

Ook hier de parallel met het WTC in NY. Jullie behoorden tot de twee gebouwen waarvan ik wel eens lag te denken: hoelang willen we ze behouden en zouden ze ooit gesloopt worden. Mijn vraag is inmiddels beantwoord.

Lees verder…

Victor Veldhuyzen van Zanten

Beste bouwkunde,

Als 4 tot 6-jarige vernufteling die iedere zondagmiddag gebiologeerd met zijn Mecano-doos experimenteerde (wie graag met Mecano speelde kan omschreven worden als ‘toegepast creatief ’; is sterk in doelgericht problemen oplossen en heeft oog voor detail) wilde ik later ‘bruggenbouwer’ worden. Deze ambitie verflauwde toen ik vlak na W.O.-2 naar het noorden gedeporteerd werd tijdens welke rit ik de Zwolsche-over-de-IJssel-brug passeerde: groot was de teleurstelling dat we niet OVER de bogen konden maar er tussendoor moesten rijden.

Tijdens m’n 8-jarige HBS-periode (het begrip ‘dyslectie’ was nog niet uitgevonden!) werd ik door een kennis des huizes (architect Arno N., Prix-de-Rome-winnaar) doorgelicht op m’n talenten i.z. een architectencarrière, daar mijn vader groot respect had voor het vak en het wel een geschikte keuze vond voor zijn brokkenmakende zoon (zelf gaf hij als classicus- medicus lezingen voor studievrienden over Romeinse bouwkunst en Gotische kathedralen). De fraaie Nike-tekentafel en Jenny-tekenmachine van de controlerende architect en de charme van zijn echtgenote deden mij beslissen ook ‘architect’ te willen worden. Zelf heb ik nog steeds dezelfde, zij het niet meer in gebruik zijnde, tekentafel en –machine en qua echtgenote voel ik mij ook zeer bevoorrecht.

Lezen van boeken zonder plaatjes” tijdens mijn adolescentie was not my cup of tea. Verplichte boekenlijsten werden via geziene films en overgeschreven uittreksels bijeen geschraapt. Mijn eindlijst toonde de typische dyslecticus-kwaliteiten: één 3, één 4, drie 5-ven, maar ook 9-s en een 10 voor het moeilijkste vak. Na mijn Surinaamse diensttijd en 6 maandse reis door Amerika begon ik aarzelend aan mijn Delftse ingenieursstudie. Mijn omgeving achtte mijn ambitie nogal hooggegrepen gezien mijn HBS-prestaties.

Van één van mijn eerste begeleiders kreeg ik het dringende advies ‘veel te lezen’. Daar ik er inmiddels van overtuigd was dat architectuur de enige zinvolle invulling van mijn leven zou zijn vulde ik aanvankelijk met enige tegenzin maar algauw met groot genoegen het advies in door met regelmaat de bibliotheek van mijn bouwkunde te bezoeken. De vele uren die ik daar sinds de opening van het nieuwe gebouw en tijdens mijn dierbare studietijd èn tot in het recente verleden regelmatig doorbracht hebben mij niet alleen als architect maar nog meer als participant aan de ontwerpende en bouwende wereld gevormd. In die bibliotheek groeide mijn kennis, begrip en nodig zelfvertrouwen om als opdrachtnemer bestand te zijn tegen te hoog gespannen verwachtingen, verdachtmakingen en geuite twijfels tijdens moeizame projectrealisaties.

Steeds weer ben ik mij bewust van de faciliteiten die de bibliotheek mij bood om me te verdiepen in ons ‘mooiste vak ter wereld’; ze bood mij de kans tot autodidactisme want ‘studeren’ is immers niet anders dan ‘zelfontdekking’. E.e.a. bleek niet zonder resultaat: meerdere keren werden mijn prijsvraaginzendingen gekwalificeerd als ‘erudiet’ en ‘intellectueel’. Dank u wel, bouwkundebibliotheek!

Op dinsdag 13 mei jl. zagen we, tijdens onze terugrit naar Rotterdam vanuit Den Haag, alwaar we onze visa voor een bezoek aan China hadden afgehaald, MIJN bouwkunde in de fik staan. Eerste afslag genomen en weer terug naar Delft gereden alwaar we verbijsterd toezagen hoe de vlammenzee zich langzaam langs het gebouw omhoog vrat. Met m’n iPhone foto’s gemaakt en die naar Carel W. gemaild.

Gelukkig blijkt de bibliotheek goeddeels gespaard te zijn. De brand heeft mijn zelfvertrouwen weer flink opgewarmd, het rijst als een Phoenix de pan uit. Heb al een briljant concept voor een nieuw gebouw met een gigantische bibliotheek. Wanneer wordt de prijsvraag gepubliceerd?

Lees verder…

Thijs Asselbergs

Beste bouwkunde,

Begin 2008 liep ik door de blokkenhal. De tentoonstelling voor de selectie van Archiprix stond daar tijdelijk opgesteld opdat de jury zich een oordeel kon vormen over de 28 inzendingen namens Academies van Bouwkunst en andere universiteiten. In alle hoeken en gaten direct om mij heen werd gewerkt of verbouwd. Tot op elke kubieke centimeter gebeurde wat en toch was het kalm. Ik liep Herman Kossmann, één van de ontwerpers van het vernieuwde interieur van bouwkunde, tegen het lijf. Hij kwam kijken naar de aldaar door hem ontworpen flexibele werkplekken. Het was een soort orthogonale slang, die vrijwel gereed was en op de plaats was gekomen van vele kabinetten die daar ooit waren en nimmer leken weg te gaan. Ik sprak met Herman over deze verandering, over hoe fantastisch het gebouw is en dat het gebouw dergelijke ingrepen zeer goed kan hebben. Terwijl timmermannen de laatste details nog aan het afwerken waren schoven de eerste studenten hun stoelen aan en vouwden hun laptops open. Ontwerpgesprekken gingen dwars tussen uitvoeringswerkzaamheden door. Wat een dynamiek. Iedereen leek uit de thuisholen te komen om op bouwkunde elkaar te ontmoeten, te overleggen, te zien wat er gebeurd. Ik had me eigenlijk nooit zo gerealiseerd dat dat dwars door het gehele gebouw zou kunnen, dus ook tot in de blokkenhal aan toe. Alle hoeken en gaten moesten worden benut, zo werd me duidelijk, om de grote toeloop van studenten te kunnen huisvesten en vooral samen te brengen. Die sfeer hing op dat moment in de lucht. Niet enkel de beroemde straat vanaf de hoofdentree diep naar achteren het gebouw in maar dwars, overal door het gebouw.

Vijfentwintig jaar eerder was ik er afgestudeerd en dit gebouw had me eigenlijk nooit meer los gelaten. Het voelde als een machine van werklust, als een interieur van aanleidingen, als een object van “ontwerpen, nu of nooit” zoals iemand op één van de vele houten schotten had geschreven. Het was het gebouw van overal daglicht, van het knisperende geloop over de cocosmatten wanneer je de uiterst gedistingeerde bibliotheek inliep. Het was het gebouw van de lange looplijnen maar waar je altijd wist waar je was. Het was het gebouw waarvan je zeker wist dat je nooit overal geweest kon zijn maar waar je wel van voor kon stellen hoe het op de plekken kon zijn waar je nooit kwam. Het gebouw liet zich lezen als een vanzelfsprekend boek.

Ik vergeleek het gebouw met de helderheid van een luciferdoosje: typografisch sterk als beeld, je schuift er zo in en nu maar voelen of jij de juiste lucifer bent die in deze doos past. Het doosje kon mutvol zijn, zoals tijdens de beroemde bouwkunde feesten aan het einde van een studiejaar, maar het kon ook bevrijdend leeg voelen en je bekruipen met een gevoel van: waarom is hier niemand, wat is er aan de hand. Het was een gebouw van het ultieme contrast: de introverte kabinetten tegenover de extroverte ateliers, het gebouw van de geniale gonzende zaal A tot de gore croquettenlucht die telkens weer opsteeg uit de kantine.

Alles was goed aan het gebouw, de lengte, de breedte en vooral de hoogte waar je ook was in welke ruimte. De robuustheid paste bij deze gereedschapskist als ontwerpopleiding. En de lucifer paste als vanzelfsprekend op elke plek waar je kwam. Nergens was je verlaten, nergens was je teveel. Bouwkunde was het juiste gebouw, op de juiste plek in de juiste tijd.

Lees verder…

Theo van der Voordt

Beste bouwkunde,

Brand op Bouwkunde

High Speed Crisis FM

Zwarte dinsdag
13 mei, Chinees voor ongeluksdag. Verlaat door de file haast ik me het Bouwkundegebouw in. Net voor de draaideur komt een collega me tegemoet: blijf maar buiten, er is brandalarm. We lachen en nemen het niet serieus. Niet veel later staan zo’n driehonderd collega’s buiten. We kijken omhoog, zien eerst niets, dan een klein rookwolkje uit een bovenraampje, en plotseling een zwarte wolk en een steekvlam. Dat is mijn kamer, roept een collega geschrokken. Ik heb met hem te doen, zie een zwartgeblakerde kamer voor me, maar besef nog niet dat dit het begin is van het einde. Ik ga nog even bij de buren een studentenscriptie lezen, in de verwachting weer snel naar binnen te kunnen om de student te begeleiden. Een collega fietst langs, in tranen: we kunnen het gebouw afschrijven. Ongelovig snel ik terug naar mijn gebouw.

Verhalen
Al snel hoor ik over een gesprongen waterleiding en kortsluiting in een koffieautomaat. Over twee studenten bedrijfshulpverleners die de brand probeerden te blussen. Over Linda de Vos, onze top BHV-er, die het besluit nam tot het brandalarm en de ontruiming in gang zette. De brandweer die al snel vanwege instortingsgevaar besluit om het gebouw te verlaten en van buiten te blussen. Later spreek ik het voormalige hoofd van de technische dienst. Hij vertelt hoe na de ramp in Enschede en de brand in Volendam voor tonnen aan brandwerende maatregelen zijn genomen: brandwerend glas rond de trappenhuizen, brandvertragend materiaal in de plafonds, een extra brandtrap aan de buitenkant, automatisch sluitende tochtdeuren bij brandalarm etc. “Ik dacht echt: mijn platen houden het”. Helaas. Twee hoogleraren bouwtechnologie discussiëren over de oorzaken van de snelle verspreiding. Veel brandbaar materiaal. De hitte, waardoor de deklaag van het beton springt en het draagvermogen van staal snel afneemt. De knal van een geknapte tussenvloer. Het interesseert me even niet.

Heftige emoties
Bij thuiskomst komen er buren op me af. Ik vertel mijn verhaal maar kan niet verder. Mijn adem stokt. De knoop in mijn buik snoert mijn keel dicht. Binnen zet ik meteen de TV aan. Ik zie een hevig geëmotioneerde hoogleraar geschiedenis van stedenbouw en volkshuisvesting, die een levenslang opgebouwd archief in één klap kwijt is. Ik denk aan mijn eigen spullen: boeken, afstudeerscripties, ordners vol stukken met mijn handgeschreven aantekeningen er op. Alles weg. Ik denk terug aan mijn beginjaren bij Bouwkunde. De fantastische colleges van Hertzberger in zaal A. De heftige discussies tussen Aldo van Eijk en Carel Weeber over het ontwerp voor de Bibliotheek in Rotterdam. De feesten in de Straat van Bouwkunde met kerst en elk jaar Bouwkunde Beats. Mijn laatste wekplek, vanaf december: een experiment om met negen wetenschappers acht plekken te delen in een open setting. Ik zie de presentatie weer voor me over een Bruisend Gebouw, ingezet door onze decaan en met verve aangepakt door Fokkema Architecten. Het wordt me even te veel.

Veerkracht
Woensdag 14 mei. Binnen 24 uur na de brandmelding luisteren 2000 Bouko’s in de Aula ademloos naar decaan Wytze Patijn, collegevoorzitter Dirk Jan van den Berg en onderwijssecretaris Krik van Ees, die een waslijst aan maatregelen toelichten. Met zijn “Alles gaat door, vanaf maandag wordt er weer les gegeven” zet Wytze Patijn meteen de toon voor de toekomst. De sfeer is goed, ondanks bedrukte gezichten en af en toe een traan. Een dag later zitten de eerste collega’s alweer achter een bureau bij Technische Natuurwetenschappen. Industrieel Ontwerpen, OTB, de Aula, iedereen opent zijn deuren. Nog voor het weekend worden de tenten opgebouwd en op maandag 19 mei is er de feestelijke opening van BK City, met muziek en al. Een dag later bezoekt een groep medewerkers diverse locaties voor structurele tijdelijke huisvesting. Vrijdag 23 mei meldt de decaan dat we naar het Hoofdgebouw gaan, aan de Julianalaan. Hoofdgebouw Plus wel te verstaan, met een nieuwe kas als ontmoetingsplek. Past goed in het Westland.

Hulde
Het drama van Bouwkunde maakt nog eens duidelijk hoe groot de toegevoegde waarde is van facility management. Ontbreken de faciliteiten dan valt het ganse raderwerk stil. Door energieke en deskundige sturing is iedereen binnen enkele dagen weer aan het werk. De dynamiek van wisselwerken in diverse gebouwen brengt collega’s bij elkaar die daarvoor zelden naast elkaar werkten. Inspirerend, maar veel mobiliteit is ook inefficiënt. Het is even niet anders. Hulde voor alle ICT-ers die ons binnen een week van een nieuwe laptop hebben voorzien, met de mogelijkheid tot telewerken. Hulde voor de decaan, het College van Bestuur en al die andere collega’s die bijna 24/7 hebben gewerkt om alles weer op de rails te krijgen. Hulde voor Linda en alle andere BHV-ers die door hun handelen persoonlijke ongelukken hebben voorkomen. En natuurlijk ook hulde voor architect Van den Broek en het toenmalige TUD-bestuur, facilitymanagers avant la lettre en zonder het te weten, die ons bijna veertig jaar op zo’n bijzondere manier hebben gehuisvest. Wij komen er wel. Bouwkunde Beats forever!

Lees verder…

Stefan Hoogland

Beste bouwkunde,

Tijdens mijn werkzaamheden bij een Vastgoedbedrijf van één van de grote Universiteiten van Nederland bereikte mij het bericht dat er rook uit het Bouwkunde gebouw kwam. Naast mij werken veel oud Bouwkunde studenten voor dit vastgoedbedrijf en in een korte tijd hadden de meesten elkaar gevonden en werd vol ongeloof de berichtgeving op internet gevolgd. De route ‘s-middags naar mijn volgende afspraak leidde langs Bouwkunde. Vanwege de file op de A13, nam ik, komend vanuit de richting Amsterdam, de route via de A4 en Delft Zuid. Op de verbindingsweg tussen de A4 en Delft Zuid heb je vlak voor het verkeersplein met de A13 goed zicht op Bouwkunde. Het aangezicht van het brandende gebouw op dat moment maakte veel indruk. Toch maar even kijken en een aantal foto’s schieten! De herinneringen schieten op dat moment door je hoofd! Hoe begon het ook al weer, wie heb je leren kennen, welke blokken en modules heb je gevolgd, hoe waren de colleges, wat heb je nu echt geleerd en hoe zat het gebouw ook al weer in elkaar.

Je realiseert je op zo’n moment dat je leven vol zit met Bouwkunde! Beroepsmatig: omdat je werkt in het vakgebied, maar ook omdat je (vroegere) werkgever, je (oud-)collega’s, je opdrachtgevers en andere professionals die je tegenkomt, in het gebouw hebben rondgelopen. Maar ook privé: een aantal van je beste vrienden die je kent van je eerste weken Bouwkunde, oud-Bouwkunde huisgenoten en een dochter met twee Bouwkunde ouders.

Je herinnert je al die keren dat je door het gebouw hebt geslenterd. Op zoek naar de juiste collegezaal, je werkgroep, de computerruimtes of de bibliotheek. Of die keren dat je na je studie nog in het gebouw bent geweest. Altijd weer een herkenbaar en vertrouwd gevoel. Maar ook natuurlijk de Bouwpub: elke dinsdag en/of donderdag borrelen en daarna een pizza bij Antonios of Donatello’s voor een tientje (guldens wel te verstaan).

Al die herinneringen geven een fijn gevoel en zorgen ervoor dat het een goede herinnering achterlaat. Wetende dat het gebouw over enkele weken zal zijn verdwenen is jammer, maar biedt ook weer kansen. Het onderwijs, onderzoek en de technische eisen aan gebouwen zijn sterk veranderd en een nieuw gebouw kan daar maximaal aan voldoen. En misschien nog wel het belangrijkste: welke (Delftse?) architect gaat de nieuwe faculteit ontwerpen en hoe gaat het er uit zien! Eén van de mooiste ontwerpopgaven van de komende jaren!

Lees verder…

Saskia Knoop

Beste bouwkunde,

Bouwkunde
Drie maal drie is negen
Dat weet zelfs een Bouwko niet
Drie maal drie is negen
Geen toekomst in het verschiet…
[OWEE lied andere faculteiten versus Bouwkunde]

Maar niettemin…

Bouwkunde…
Bouwkunde is niet meer.
Maar de herinnering is levendiger dan ooit.
De meest typerende herinnering?
Ik weet hem niet…

Bouwkunde…
Een essentiële periode in mijn leven.
Veel geknutseld, geplakt en gekleurd.
Maar vooral gevormd tot een individu.
Ik…

Bouwkunde…
Van blok 1 tot afstuderen.
Van tekenen tot rekenen.
Geen architect, wel bouwmanager.
Met liefde voor ontwerpen…

Bouwkunde…
Een veelheid aan mensen.
Een diversiteit aan achtergronden.
Daar tussen liep mijn echtgenoot.
Nu papa en mama…

Bouwkunde…
Een betonnen kolos.
Ik vond je lelijk en groot.
We moesten je analyseren en leren waarderen.
Ik houd van je.…

Bouwkunde…
Bouw, bouw,
Bouw, bouw, Bouwko!
Je bent niet meer.
Maar in herinnering levendiger dan ooit.

Lees verder…

Rutger Callenbach

Beste bouwkunde,

Herinneringen in de brand!

Dinsdag 13 mei, ongeveer half 10 ’s ochtends: “De TU staat in de brand!” De adviesgroep bouwkunde kijkt vanaf de 2e verdieping van de Delftse ABT-vestiging naar een uitslaande brand op de 7e verdieping van de Faculteit Bouwkunde.

En dan is het heel raar wat er gebeurt. Het gebouw dat veel van mijn directe collega’s en ikzelf zo goed kennen omdat ze er jaren rondgelopen hebben zie ik in gedachten van binnen. De gang vanaf de liften naar de Zuidkant. Links de docentenkabinetten, rechts de noodtrap, de lage ateliers, vroeger de tekentafels, grote vellen aan de muur, houten tussenschotten die tijdens presentaties niet konden verhinderen dat de verschillende groepen last van elkaars geluidproductie hadden, en tot slot de dubbelhoge ateliers. In de zomer was het hier flink zweten vanwege de enorme glasoppervlakken.

Omdat we geen brandweer zien, bel ik voor de zekerheid 112. Ik wil niet degene zijn die wel vuur zag, maar niets deed. “Ze zijn al aanwezig,” wordt er gezegd en ik denk dat we dat dan wel snel zullen merken. Maar nee, de brand breidt zich uit. O ja, die houten strokenplafonds met enorme ruimte erboven, die zullen wel goed fikken. We zien de vlammen langs de gevel omhoog kruipen, de ruiten worden wit, ze knappen en het vuur vreet zich naar binnen op de volgende verdieping.
Een half uur geleden dacht ik nog dat het wel een flinke klus zou zijn om de verdieping weer schoon te krijgen; nu vraag ik me af wat er überhaupt van de Zuidkant overblijft.

In 1986 kwam ik er voor het eerst, tijdens een open dag. Ik wilde van kinds af aan architect worden, tekende al jaren kartonnen bouwplaten en kwam nu kijken hoe het er in het echt aan toe ging. Ik begon met de opleiding in 1990. Vooral vormstudies vond ik erg leuk en de maquettewerkplaats was helemaal te gek. Dit hoge techniek- en knutselgehalte bleef me interesseren en daarom koos ik voor de nieuwe afstudeerrichting Bouwtechnologie. Al snel ontstond hier de behoefte aan een studievereniging; BouT werd opgericht en in het eerste bestuur kregen we een zelf ontworpen en gebouwd hok met de nodige moeite bij de Faculteit voor elkaar. Het kwam op de 6e verdieping tegenover de liften. Ruim 13 jaar later zou het vanwege een lekkage, één verdieping hoger, onder water komen te staan.

O ja, daar zit een brandscheiding.” Ter hoogte van de lifthal zien we lange tijd links wel rook en rechts niet. Na 60 minuten (meten is weten) zien we toch rook en vervolgens ook hier uitslaande vlammen. Niet alleen het BouT-hok maar de hele Noordzijde is ten dode opgeschreven, zo wordt snel duidelijk uit de nieuwsberichten.
’s Middags zien we een deel instorten en pas de volgende dag wordt het sein “brand meester” gegeven. Tegen die tijd zijn er al diverse websites geopend en enkele dagen later ontstaat er een soort Bouwkunde Memorial Wall met oude foto’s uit de jaren.

Het is een raar gevoel en de eerste nachten heb ik er veel aan liggen denken. Al die jaren op de faculteit en nu wordt ‘ie afgebroken. Een gebouw verdwijnt, maar gek genoeg zijn de herinneringen sterker geworden.

Lees verder…