Beste bouwkunde,

Wie draaide Bouwkunde? (Carel Weeber, 20 juli 2008)

Het in opdracht van zijn broer Henk, door Jo van den Broek ontworpen gebouw van de Nederlandse Wereldomroep werd in 1956 in gebruik genomen, in dat jaar speelde ook de ontwerpwedstrijd onder architectuurdocenten van de Afdeling Bouwkunde voor het nieuwe gebouw in de Wippolder. In 1955 was ik aan de studie begonnen en wist nog nergens van. Wie van mijn latere architectuurdocenten hieraan deelnamen werd mij niet meer duidelijk, bronnen spraken elkaar tegen. Het hadden kunnen zijn: Berghoef, Elling, Holt, Lansdorp, Van den Broek en Wegener Sleeswijk. Na wat heen en weer gepraat, werd de inzending van Van den Broek door de deelnemers zelf uitgekozen. Blijkbaar moest en zou de architect voor het nieuwe gebouw een van deze hoogleraren worden, niemand kon het toch beter? Of het was Van der Steur die Werktuigbouw al had ontworpen. Zo werd ook over het beoordelen gedacht, je bent professor of je bent het niet. De overeenkomsten met de Wereldomroep zijn groot: een langwerpige hoofdvorm, een zwevende hoogbouw op een onderbouw, betonnen borstweringen en horizontaal onderverdeelde ramen. Ook de verschillen vallen op: de Wereldomroep ligt prachtig in het terrein en de ingang ligt logisch. Het gebouw voor Bouwkunde wringt aan alle kanten in zijn locatie, de ingang onder de kop van de hoogbouw is aan een doodlopend dwarsstraatje van de Mekelweg verbijsterend verkeerd. De naam Berlage werd geen eer aan gedaan. De plattegronden van de Wereldomroep zijn evenwichtig, die van Bouwkunde hier en daar gekunsteld vooral na de ‘bajonet’ waar Bakema zo van hield. De Wereldomroep overtuigt volledig, Bouwkunde roept vraagtekens op. Er bestond (bestaat?) een maquette van het ontwerp. Duidelijk blijkt dat het ontwerp het proces niet ongeschonden heeft doorstaan. Er zijn grote afwijkingen met het uiteindelijke gebouw: de architectuur was strakker, de onderbouw liep in de lengteas van de hoogbouw tot aan de zuidgevel ononderbroken door en was robuuster, in de hoogbouw lagen alle tekenzalen aan dezelfde kant met daar tegenover de kabinetten, de dertiende verdieping sprong terug en bevatte logeerkamers voor gasthoogleraren. (Van den Broek had in het oude gebouw aan de Oude Delft naast zijn werkkamer een slaapkamer.) Er moet tussen de prijsvraag en het bouwen van alles zijn gebeurd waar Van den Broek geen greep op had. Vermoedelijk vertrouwde hij te snel na de prijsvraag het ontwerp toe aan compagnon Bakema en medewerker Boot. Hij was zelf met andere projecten (Auditorium van de TH) in de weer. Wie deze maquette en het uiteindelijke gebouw nader analyseert, komt tot een schokkende conclusie. Van den Broek noch Bakema konden goed overweg met Van Eesteren, stedenbouwkundige van de TH. Met Van den Broek werd hij hoogleraar om samen de hegemonie van de Delftse School te doorbreken (platdak versus puntdak). Maar een verschil van opvatting leidde tijdens het ontwerpen van het nieuwe Auditorium tot een ernstige controverse. Dit hoogst interessante betonnen gedrocht werd door Van den Broek aan de noordgrens van de TH-wijk als poortgebouw opgevat. In eerste instantie lag de opgetilde grote zaal dan ook dwars over de Mekelweg. Ook de detaillering had nog kenmerken van een viaduct. Midden op de onderbouw was in een hoogbouw een nieuw hoofdkantoor van de TH zo geplaatst dat de westgevel samen met die van Natuurkunde op de rooilijn van de Mekelweg lag. Van Eesteren zag dat niet zitten en schoof het Auditorium naar achteren. Hij hield van pathetiek, maar wel van een ander soort. De hoogbouw sneuvelde later, alleen de onderbouw werd gerealiseerd, helaas op de verkeerde plek. Van den Broek wilde dat Bouwkunde de TH-wijk aan de zuidzijde zou begrenzen, dus plaatste hij het gebouw loodrecht op de Mekelweg met de hoofdingang onder de kop van de hoogbouw pal aan de weg, heel logisch allemaal. Volgens het ontwerp van de maquette lagen dan alle tekenzalen, handtekenzaal, bibliotheek, en tentoonstellingszaal op het noorden, alle kabinetten en de kantine met terras op het zuiden, de fietsenhelling naar de kelder sloot in de richting van de stad naadloos aan op het fietspad van de Mekelweg en de achteringang lag bij de grote parkeerplaats aan de Schoenmakerstraat. Op een ongelukkig moment werd het gebouw negentig graden gedraaid en alles draaide vrolijk mee, zelfs de hoofdingang. Het ontwerp werd niet meer aangepast, niemand greep in. Waarom niet, had niemand het in de gaten? Dat Van den Broek de oplossing wist, is te zien aan de hoofdingang van de Wereldomroep. Daar steekt een van de vleugels van de onderbouw ver naar voren en levert loodrecht op de hoogbouw een overdekt voorportaal op. Dat had hij voor Bouwkunde ook moeten doen. Maar wie draaide Bouwkunde? Niemand die het weet.

#006
Naam: Carl Weeber
Band met Bouwkunde: Alumnus, emeritus hoogleraar
Periode: 1955 - 1964
Huidig werk: CASarchitects Curacao