Beste bouwkunde,
BOUWKUNDE JE BLIJFT UNIEK
Bouwkunde is gebouwd in de jaren zestig. Dat waren de jaren dat er veel gebouwd moest worden, om de snel groeiende bevolking onderdak te verschaffen. Bij toeval schrijf ik dit in de week dat de oud-minister van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid Pieter Bogaers is overleden. Bogaers was in de jaren zestig de minister die de bouwproduktie opvoerde en verdere industrialisatie van het bouwen afdwong. Bouwkunde past niet in dat tijdsbeeld. Het was voorname en dure utiliteitsbouw, bepaald geen stampwerk.
Het paste binnen het moderne bouwen, maar was met zijn constructie– en produktiewijze een tamelijk traditioneel in situ (beton)gebouw. De sloop na de brand onthult dat weer.
Vanaf het midden van de jaren zestig maakte ik in de praktijk en op constructiebureaus kennis met het werk van de architecten Drexhage, Lucas & Niemeijer, Zanstra c.s., Schamhart, Bolten e.a. Ik werd geconfronteerd met een een merkwaardige mengeling van op het ene uiterste hoogstaande architectuur en op het andere uiterste “louter volume”-bouw, die paste bij de bouwexpansie van die jaren.
Een gebouw als Bouwkunde van Van den Broek en Bakema, en niet te vergeten van Boot en constructeur Dicke, steekt boven mijn toenmalige referentie uit. Het kwam er omdat de bevolking groeide, de economie groeide, de bouw groeide, de universiteit mee moest groeien en de universiteitsbouw prioriteit had. Maar het kwam er ook omdat het ontwerp deugde en er uiteindelijk niet moeilijk werd gedaan over de bouwvergunning en de financiering.
De nieuwbouw van Bouwkunde na de brand zal zich, hoe ook aangepakt, binnen een totaal andere maatschappelijke context voltrekken. Er zal vast nog wel eens verzucht worden: “Good old Bouwkunde, stond je nog maar overeind.”
BOUWKUNDE JE WAS EEN VERADEMING
Op de Universiteit van Amsterdam was de Economische Faculteit in de jaren zeventig gevestigd in het Maupoleum aan de Jodenbreestraat. Hier volgde ik mijn doctoraal studie Economie. Het Maupoleum was een langgerekt huurpand, met op de begane grond textielhandelaren en daarbovenop drie lagen universitaire huisvesting. De plafonds zaten overal op nog geen drie meter hoogte.De collegezalen waren inpandig, zonder daglicht en hoofdpijnverwekkend. Architect Van Klingeren zei van dat gebouw dat de dubbele lange gangen mislukte straten waren.
In vergelijking met het Maupoleum was Bouwkunde een verademing. Daar waren de plafonds hoog en schakelde de straat de ruimten aan elkaar tot een boeiend geheel. Daar waren de liftschachten van gebouchardeerd grindbeton en waren gevels en interieur fraai afgewerkt.
BOUWKUNDE JE WAS EEN ROTS IN DE BRANDING
Aan het uitgebrande Bouwkunde blijft 40 jaar geschiedenis van Bouwkunde-mensen vastzitten, ook als het straks helemaal gesloopt zal zijn. In 1969 waren er volgens het KIVI ruim 900 bouwkundig ingenieurs in leven, die ooit waren opgeleid in Delft of Bandoeng. Eindhoven had toen nog geen alumni op Bouwkunde.
Na 1969 zijn er nog zo’n 12.000 Delftse bouwkundig ingenieurs bijgekomen. Tegenover pakweg 25.000 mensen, die in die 25 jaar op Bouwkunde hebben gestudeerd of gewerkt staat maar 1 gebouw. Kortom: de bevolking is vlottend en het gebouw blijft en draagt de geschiedenis met zich mee.Maar nu is het op de sloop na weg.
Bouwkunde heeft in die veertig jaar veel meegemaakt. Pas geopend faciliteerde het de onderwijsrevolutie, die uiteindelijk uitliep op gezamenlijk verzet tegen universitaire hervorming en studieverkorting. Dat laatste kwam in 1982 alsnog, maar omstreeks 1995 ging het weer terug van 4 naar 5 jaar.
In 1990 werd naar Maastrichts model Probleem Gestuurd Onderwijs ingevoerd en dat werd in 2002 weer vervangen door het huidige Bachelor/Master-model. Al deze veranderingen zijn gepaard gegaan met onophoudelijke discussie en dat gaat (met of zonder brand) door.
De afstudeerrrichtingen Architectuur en Stedebouw hebben de veertig jaar doorstaan. Daar zijn in de loop van de jaren Volshuisvesting, Bouwmanagement & Vastgoedbeheer (nu tesamen als Real Estate & Housing) en Bouwtechnologie bijgekomen.
Nog heftiger dan de onderwijshervormingen waren de politieke ontwikkelingen binnen de faculteit. Als experiment binnen de Wet Universitaire Bestuurshervorming kreeg Bouwkunde in de jaren zeventig een paritaire faculteitsraad met 8 wp, 8 nwp en 8 studenten, met daarboven het faculteitsbestuur en daarnaast een richtingsgewijs systeem van onderwijsraden. Ten tijde van een conflict met 7 Architectuurhoogleraren in het midden van de jaren zeventig werd Bouwkunde in De Volkskrant betiteld als een “demonisch walsbedrijf ”. Nu Bouwkunde afgebrand is en het alom opgehemeld wordt gebiedt de eerlijkheid te zeggen, dat er ook mensen zijn die Bouwkunde als een “hel” hebben ervaren. Maar daar is het gebouw geen schuld aan. Het blijft echter riskant om over Bouwkunde te praten als een Bouwkunde-gemeenschap. Of doet een brand wonderen?
BOUWKUNDE JE BLIJFT
De links-rechts-polarisatie in de jaren zeventig leidde bij tijd en wijle tot verlamming van de faculteitsraad, als er bijvoorbeeld weer eens een 12–12-stemming uitrolde. De bestuurlijke verhoudingen kantelden in de vroeg jaren tachtig, toen Bouwkunde door minister Deetman en het eigen College van Bestuur werd berdreigd met Taakverdeling & Concentratie. Dat dwong tot gezamenlijke verdediging naar buiten, waarbij de personeelspartijen zich verzetten tegen gedwongen ontslagen en de studentpartijen elkaar vonden om onderwijs– en studentenbelangen veilig te stellen.
“Bouwkunde blijft” was in 1982 de benaming van de actiegroep, met Kees Duijvestein als voortrekker, die zich verzette tegen inkrimping en bezuinigingen. Onder bedreiging is Bouwkunde als gemeenschap en bestuurlijk het sterkst. Na de brand is dat niet anders. In de jaren tachtig werd Bouwkunde bij herhaling bedreigd met bezuiniging, inkrimping en in 1988 zelfs met sluiting, maar dat werd door de in 1989 aantredende minister Ritzen weer ongedaan gemaakt. Bouwkunde saneerde en behield de ruimte om zich vanaf de jaren negentig te ontwikklen tot een brede Bouwfaculteit.
In 1998 werd de Faculteitsraad opgeheven en ging het faculteitsbestuur over naar integraal management, met Hans Beunderman als nieuwe decaan. Onder zijn decanaat werd onder meer de de nieuwe Ba/Ma-onderwijsprogrammering doorgevoerd en de Onderzoeksportfolio verstevigd. In 2007 trad Wytze Patijn aan als decaan en ging voor een aansprekende faculteit in een bruisend gebouw. Na de brand op 13 mei 2008 staat hij er als de “wederopbouwdecaan”, niet te benijden om zijn zware klus.
Tegen de tijd dat de nieuwbouw klaar is ben ik met pensioen. Mijn werkzame leven op Bouwkunde blijft dus “vastzitten” aan dat inmiddels afgebrande gebouw. Met mij zijn vele collega’s veel materiaal kwijtgeraakt, dat we met hoofd en handen weer zullen moeten zien te reconstrueren.
De Bouwkundebrand roept bij mij merkwaardige reacties op. Het haalt de geschiedenis omhoog, leert je het heden met zijn voldongen feiten te accepteren en dan is er de toekomst om het wetenswaardige weer bijeen te rapen en door te ontwikkelen.
Naam: Jo Soeter
Band met Bouwkunde: Docent Bouweconomie
Periode:
Huidig werk: TU Delft

Integrex is een onafhankelijk advies– en managementbureau op het gebied van vastgoedeconomie en gebiedseconomie. Wij leveren financieel-economisch advies en management bij ruimtelijke ontwikkelingen.