Beste bouwkunde,
Gebouw voor Bouwkunde!
Mijn herinneringen aan u als gebouw zijn wat dubbelzinnig. Ik had er een mooie tijd als student-assistent, maar daar kon u eigenlijk niets aan doen. Hooguit zou men kunnen zeggen dat u mij daarbij niet in de weg liep. Ik besef dat zoiets in deze postmoderne tijd een verdienste is, maar toen wilde ik zoveel meer. Net als in de Hypnerotomachia Polyphili verliefd worden op een gebouw leek mij een basale voorwaarde om een goed architect te worden. Maar het liep allemaal anders.
Ik vond u wat onhandig qua opzet. Even naar buiten, in het zonnetje, was niet erg gemakkelijk, op de balkonnen na dan. Op uw begane grond was buiten vooral een illusie, met grote ramen vormgegeven. Dat gold voor de mensen binnen en onze vrienden de vogels buiten. Zij vlogen zich regelmatig te pletter. En de gedachte om het water aan het basement in een betonnen bak op te sluiten heb ik nooit kunnen volgen. Een kikker kon het er nog niet uithouden.
Het vertikaal transport was een onbegrijpelijke architectonische daad, om niet te zeggen gewoon dom . Met liften op en neer naar collegezalen met grote groepen studenten: wie verzint dat nu? Naar de liftindicatoren in de portiersloge loeren en zich voor de juiste liftdeur te posteren was eigenlijk de enige manier om enigszins op tijd te komen. Misschien wilde u, geheel tegen het tijdsgewricht in, de gehaaide student op deze manier een voorsprong geven? Als dat zo is, dan zie ik met terugwerkende kracht de keren dat u mij opgesloten heeft, door de vingers.
Mijn pijnlijkste herinnering is het deurbeslag op de metalen deuren, dat verkeerd gekozen was. Ik moet toegeven dat na een paar beknelde vingers de grepen veranderd zijn. De cocosmatten die in de bibliotheek om-en-om gelegd waren gaven het gevoel voortdurend uit balans te geraken. Ook die zijn vervangen.
U ziet, ik had een moeilijke relatie met u. Ik bewonderde uw slanke kolommen bij de entree, overigens nog niet in het besef dat ook de ionische orde met slanke jonge meisjes werd geassocieerd. Moet daarom deze bewondering achteraf teruggevoerd worden op het feit dat in die tijd meisjes op Bouwkunde ontbraken? Of besefte ik onbewust dat u, als gebouw in zijn geheel, meer weg heeft van de korintische orde, die, zoals Jon Summerson ons voorhoudt, meer lijkt op “ a wanton courtisan”? Van veraf indrukwekkend mooi, maar van dichtbij toch wat teleurstellend in zijn detaillering?
Maar toch, ik heb ook met u gelachen. Die keer dat een van uw kolommen in de Blokkenhal voorzien was van getekende (nep)scheuren en omkneveld met echte baddingen. Dit lachen uiteraard ten koste van de hoogleraar mechanica, toevallig ook verantwoordelijk voor de statische berekeningen van het ontwerp.
Ik wil hier bekennen dat, toen ik eenmaal uw kale estetiek ontdekt had, al die ontmoetingen, zoals hierboven beschreven, heb leren zien als momenten van grote schoonheid. Zozeer zelfs, dat ik met een medeminnaar u met de verfbus bespoten heb… Naast de hoofdingang hebben wij onze “tag” geplaatst. Konden wij u meer eren dan met de mantra van een der grootste minimalistische achitecten? Er stond — hoe vooruitziend — geschreven “Less is More”, met de dubbele-s rune. Dit aan u opgedragen kunstwerk is nog besproken in het B-nieuws.
Wij hadden een moeizame verhouding en u moet mij verkeerd begrepen hebben. Want u heeft ons idolate “Less is More” wel heel erg letterlijk genomen. U heeft geen uitweg meer gezien en het tragische besluit genomen uzelf op de meest drastische wijze van onze verdere avances uit te sluiten. Dat verdient ons respect, en ik zal er mee moeten leren leven dat het tussen ons zo gelopen is.
Saluut!
Jos Louwe.
Naam: Jos Louwe
Band met Bouwkunde: Alumnus
Periode: 1969 - 1979 (met onderbreking)
Huidig werk: Adj. Directeur Strategie en Resource planning TNO

Integrex is een onafhankelijk advies– en managementbureau op het gebied van vastgoedeconomie en gebiedseconomie. Wij leveren financieel-economisch advies en management bij ruimtelijke ontwikkelingen.