Bouwkunde

“(…)De geschiedenis is geschied, zand erover; zo luidt de befaamde struisvogelpolitiek van de Faculteit. Alle zoektochten naar stukken archief zijn gestrand. Waarschijnlijk komt het inderdaad nog uit dat over tig jaar iemand struikelt over het hoekje van de liftschacht en per toeval het hele gebouw uitgraat. (…)”

Het bovenstaande fragment komt uit mijn redactioneel van Honderd Jaar Fin de Siècle, dat wij in 1994 uitbrachten ter ere van het 100-jarig bestaan van Stylos. De notie dat het gebouw ooit als archeologische vondst zou kunnen worden opgegraven, refereert aan een schrijven van Carel Weeber dat ik vond in de kelder van Bouwkunde. Hoewel ik geen idee heb hoeveel miljoen jaren er voorbij moeten gaan om een dertien verdiepingen hoog gebouw te laten verdwijnen onder stof en zand, heb ik dit altijd een plausibel toekomstbeeld gevonden. Veel plausibeler dan dat ik veertien jaar later het uitgebrande en verkoolde karkas zou zien staan…

Het gebouw Bouwkunde staat me vooral bij als een plek waar de meest uiteenlopende soorten mensen bij elkaar waren. Iemand die na twee weken studie afhaakte omdat de studie te technisch was, terwijl we tot dan toe alleen nog met klei en karton in de weer waren geweest. Verschillende mensen die wachtten op inloting bij geneeskunde en ondertussen de tijd volmaakten in Delft. Mensen die vanaf dag één de amibitie hadden om hard-core architect te worden en alle bladen te halen, en mensen die iets heel anders nastreefden, en misschien nog niet eens zo goed wisten wat.

Gaandeweg de studie de uitkristallisatie van ontwerpvisies, denkrichtingen de kritiek op het onderwijs en de manier van aanbieden. De alternatieve modules die door studenten zelf werden georganiseerd – ZOPmodules heetten ze geloof ik (zelf opgezet project), waar grote namen die niet aan de faculteit waren verbonden langskwamen om hun inzichten te delen.
Of docenten die de komst van de computer in het ontwerp hardnekkig probeerden tegen te houden, alsof die hele ontwikkeling nog afwendbaar zou zijn. Verhitte debatten hierover onder leiding van Doorman, terwijl via de achterdeur de softwarehuizen modules begonnen te sponsoren.

De afstudeerateliers waarin projecten met gelijksoortige – maatschappelijke – thematiek werden gebundeld onder bezielende leiding van Dirk Frieling en Taeke de Jong. De Deltametropool, de Buitenplaats, de Overstapmachine, Naoorlogse Woonwijken. Mijn eigen project, Booming Business was een inrichtingsvoorstel voor de curatieve zorg, dat dankzij mijn onleesbare handschrift als Booming Bunniken in de faculteitsadministratie belandde. Hoewel architectonisch niet het meest interessante plan heeft het wel de basis gelegd voor mijn leven na de faculteit, mijn werk en bedrijf. En de grote grap is helemaal dat toen we (Carel Weeber, de ArchitektenCie en ik) het plan transponeerden naar het ontwerp van de nieuwe stad in de Markerwaard — Nieuw Marken — tien jaar na dato nog de winnaar werd van de prijsvraag van het bouwcollege. Het geploeter tijdens je afstuderen heeft dus wel degelijk zin.

Tot slot maakt de grote regelmaat waarmee ik na mijn afstuderen studiegenoten en/of faculteitsgenoten tegenkom dat de faculteit als instituut niet weg te denken is, dat dat leven daar op een bepaalde manier doorgaat. Ongelofelijk dus dat het gebouw waarin dat allemaal plaatshad niet meer zal bestaan. De hal van eindeloos koffiedrinken, de hoofdingang als ultieme windtest voor de consistentie van maquettes en tekeningkokers, de mooie en voor mijn gevoel bijna archetypische bibliotheek. Anderzijds is mijn herinnering er één van mensen, en zolang die er zijn, komt er vast ook weer een gebouw. En het mooie is, het prachtige uitzicht blijft.

Wel bijzonder wrang om van een technicus te horen dat de faculteit twee weken na de brand in de planning stond om van een nieuw brandveiligheidssysteem te worden voorzien…

#029
Naam: Laura Kaper
Band met Bouwkunde: Alumnus
Periode: 1991 - 1999 (met onderbreking)
Huidig werk: Directeur MedSync conceptontwikkeling zorg