Bijdragen

Mirjam van Emden

Beste bouwkunde,

Eerstejaars, 2001

Een groot grijs gebouw. Het steekt af bij het gebouw van Elektrotechniek qua lengte en kleur. En het ligt in de schaduw van de andere TU-gebouwen aan het einde van de TU-wijk. Als eerstejaars liep ik de grote hal binnen en nam plaats in de volle zaal A om college te volgen. Hier wordt bij de opening van het collegejaar verteld dat ik een groot deel medestudenten nooit meer terug zou zien. Dat klopt. De boekshop is een gele pukkel in de straat van Bouwkunde. Ik ben niet gecharmeerd van het gebouw. Het beton, de kolossale afmetingen, de eentonigheid, de identieke, onherkenbare verdiepingen, de trage liften. Het is erg zoeken. Dwalende studenten op zoek naar de juiste plek. En de vervelende collegebanken, waar je na een uur college een houten kont krijgt. Het lawaai van de studenten op de hangende verdieping boven je tijdens je presentatie. Of het feit dat je de avond voor je presentatie om tien uur sharp het gebouw moet verlaten, terwijl je geen computer thuis hebt. Dan komt er een beveiliger op je af, van het kaliber antiheld, met een zaklamp groter dan hijzelf, ons uit het gebouw bonjouren. (“Nog één minuut! Dan staat het op Blackboard.”)
Ook is de kantine te krap. Wij gaan met een groep meiden de jongens van Elektro afleiden in de lunchpauze. Bij het horen van vrouwenstemmen komen hun koppies wel even achter hun laptop vandaan. Met een bammetje in de hand en een open mond kijken zij hoe wij ergens gaan zitten.
Het gebouw is lelijk en onhandig. Een soort Grote Verschrikkelijke Reus.

Afstudeerder, 2007

Het grote grijze gebouw, aan het einde van de horizon van de campus. Als je binnengaat, begeef je je in een lichte ruimte, waar je met je studievrienden afspreekt om koffie te drinken. Of koude chocomel natuurlijk. Het knusse hok waar vandaan je een lading studiereisgidsen print. In Zaal F vermaak ik mijn vrienden en familie een uur lang met mijn afstudeerpraatje. De dynamische blokkenhal is steeds gevuld met iets anders: een tentoonstelling over polders, afstudeerprojecten, een Afrikaanse hut en meer. De boekshop is inmiddels een moderne, rode structuur, die open en dicht kan, afhankelijk van de openingstijden. De opgeknapte binnentuinen. De nieuwe koffieplek, gemaakt van deuren van wasmachines. De altijd supersonische computers en beeldschermen en de verkoop van de iets minder supersonische versies. De mooie nieuwe tutor- en instructieruimtes. Ingenieus bedacht om verdiepingen tussen de bestaande verdiepingen te hangen om ruimte te geven aan het groeiende aantal studenten.
Het vak Bouwconstructie in het tweede jaar: het bekijken van de installaties en waterleidingen op Bouwkunde. Honderden studenten hebben hun oog daarop geworpen tijdens het onderwijs. En toen kwam het: waardering voor het gebouw. Vanwege de eigen sociale netwerken, de creativiteit die het uitademt, omdat je er al jaren rondloopt en dus ook omdat je het vanuit je studie hebt bestudeerd.
Wat is het cru dat juist de waterleiding de plek is waar het mis is gegaan. Het was toch een fijne reus.

Lees verder…

Mick Eekhout

Beste bouwkunde,

De zeven stormvlagen van Bouwkunde

De Grote Brand van Bouwkunde op 13 mei 2008 heeft voor velen van ons een onverwacht en dramatisch verlies betekend, een afscheid van een lang studerend en werkend leven van soms wel 38 jaar. Die emotionele shock en het abrupte gat in ons geheugen zullen nog lang blijven bestaan. Wellicht zal die weemoedige herinnering pas op het moment dat over enkele jaren de nieuwbouw betrokken gaat worden, langzaam verdwijnen. Velen treuren ook om verlies van persoonlijk vergaarde gegevens, van boeken, werkstukken en dia’s.
De slagkracht die het bestuur heeft getoond door onmiddellijk na de brand tenten, lap top computers en mobiele telefoons, bewijst dat er veel aan gedaan wordt om de gang van zaken te continueren. De tenten zijn tijdelijk, warm en lawaaiig, maar als teken van doorzettingsvermogen zijn ze prima. Het nadeel van het verlies van zoveel kennis en documentatie is enigszins gepareerd door de uitgifte van laptops, hoewel dat middelen zijn en geen inhoud. Wellicht helpt de mobiliteit en de informatica docenten en studenten ineens vooruit in het digitale tijdperk. Vanuit plotselinge armoede naar een nieuwe digitaal elan? Het is goed mogelijk. Maar schetsen en modellen blijven toch het hart van de ontwerper.
De extern gerichte symposia en congressen gaan gewoon door. Deze extern gerichte gelegenheden moeten nog frequenter dan ooit tevoren georganiseerd worden. Onlangs in één week drie congressen, de week daarop ook weer drie. ‘The show must go on’. We hebben ons materiële gezicht van het faculteitsgebouw verloren. We hebben weliswaar tijdelijk onderdak bij onze vrienden gevonden op de andere faculteiten van de TU Delft, maar dat brengt het gezicht van bouwkunde nog niet terug. Daarom moeten de externe manifestaties explosies zijn van interne kracht en energie, van onze gelijkblijvende kennis, kunde en inzicht.

Tussenbalans
Het is goed na enkele weken de balans op te maken en te zien door welke stormen de decaan de faculteit wilde leiden en wat ons te wachten staat. Want ook de toekomst van Bouwkunde gaat door! Dit zijn zeven van de opvallende stormvlagen waar we ons doorheen moeten werken.

Stormvlaag 1 en 2: Bachelor en Master Onderwijs
Ondanks de brand blijven de plannen voor het onderwijs ongewijzigd. Er is een nieuwe golf van bachelor onderwijs in uitvoering. Een nieuw masteronderwijs is in de maak. De introductie van dat nieuwe masteronderwijs gaat gewoon door. De gemiddelde duur van een onderwijssysteem op Bouwkunde is wel kort: 4 tot 5 jaar. We blijken tenslotte ontwerpers en hebben weinig geduld voor uitvoering en perfectie in de doorgroei. Eerder productinnovatie dan productverbetering.
Het nieuwe onderwijs zal ongetwijfeld enigszins aangepast gaan worden aan de mogelijkheden van het gebouw aan de Julianalaan. Er zullen waarschijnlijk colleges en activiteiten elders ondergebracht blijven. Dat is inspirerend voor onze bouwkundestaf en studenten. Hopelijk komen we er nu achter dat er ook andere werelden zijn dan onze faculteit Bouwkunde, met andere gewoonten. Er komen zo door de migraties op de campus van de TU Delft combinaties en integraties tussen staf en studenten van andere TUD faculteiten tot stand. Te continueren als minors (reguliere 5e semester) die elders kunnen worden gelopen. We zouden uithuizige minors sterk kunnen aanbevelen.

Stormvlaag 3:
Onderzoek Voor het onderzoek is de brand niets minder dan een ramp. De onderzoekers zijn verspreid over de TU en velen zijn thuis gaan werken. De dialoog tussen de promovendi stokt enigszins. De communicatie wordt gebrekkiger. De leiding is onzichtbaar. Veel promovendi zijn kostbare gegevens kwijt en moeten soms hun onderzoek overdoen. Geen wonder dat ze soms de spirit even kwijt zijn. Gelukkig is veel research desk research en nauwelijks laboratorium research: dan was het probleem nog groter geweest. Voor veel studenten was de eigen ruimte op de server te klein, zij kochten een harde schijf die ze vervolgens kopieerden. De back ups bewaarden ze trouw… in de kast naast hun bureau. Die gegevens zijn ze kwijt.
De te verwachten, aanzienlijke terugval in onderzoek is dubbel wrang omdat het onderzoek aan de faculteit Bouwkunde juist aan een gestage opmars in kwaliteit bezig was: het paste eindelijk in het academisch klimaat van de TU Delft. De ambitie om de hoogste scores van “4tjes en 5jes” te behalen in de officiële visitaties blijft. Maar we zijn zeker nog een half jaar bezig voordat iedereen een goede en adequate plek heeft en de draad weer heeft opgepakt.

Stormvlaag 4: Financiering
De toekomstige financiële problemen van de TU Delft met krimpende wetenschappelijke budgetten, het verschuiven door Plasterk van 100 mio naar de fundamentele Nederlandse wetenschappers, en het korten van de begroting voor 2009 met weer 4 miljoen Euro door het CvB TU Delft leveren voor Bouwkunde een somber toekomstbeeld op. Wij zullen in de toekomst ons voortbestaan zeker moeten gaan stellen op basis van externe financiering. Daarvoor moet een cultuurverandering plaats vinden: de bouw moet dan “waar voor zijn geld” krijgen. We moeten ons dus gaan bedenken waar we de bouw [= opdrachtgevers, ontwerpers, uitvoerders en overheden] op het gebied van wetenschappelijk en universitair onderzoek mee van dienst kunnen zijn. Want als we geen kwaliteit bieden, komt er geen geld.
We zijn bezig met een bundeling en een nieuwe programmering; met als voorlopige naam Speerpunt Bouw, en er is een 3TU activiteit: 3TU Speerpunt Bouw. Daarover heb ik in B-nieuws 12 al gerapporteerd. Voor die programmering hebben we een lijst van 18 maatschappelijke problemen opgesteld. Uit die maatschappelijk problemen ontleden we de bouwkundige problemen, vervolgens worden er de 3TU uitdagingen ontleend en daarna de nieuwe onderzoeksprogramma’s en onderzoeksprojecten. Zodoende ontstaat er een nieuwe programmering waar de maatschappij of de bouw veel sterker dan tot nu toe mee gediend kan zijn. Dat maakt de kans op financiële partnerships ook groter. Zo kan het onderzoek na stilstand en achteruitgang weer groeien. Mijn hypothese is dat over 5 jaar alle promovendi betaald zullen gaan worden uit externe middelen. Daartoe zullen we een nieuw tussenregime moeten inrichten waarbij de regel zal zijn dat nieuw of vervolgonderzoek voor 50% extern gefinancierd moet worden. Over 10 jaar moeten we ons richten op een volledige externe financiering. De inhoud van ons onderzoek zal dan maatschappelijk verantwoord moeten zijn. De toegepaste onderzoeken zullen de fundamentele onderzoeken moeten financieren, naast de 2e geldstroom mogelijkheden voor fundamenteel. De middelen beginnen nu al aanzienlijk te krimpen. De decaan wil het eerst bezuinigen op onderzoek. Interne financiering wordt welhaast even risicovol als externe financiering. Dus er moet (iets eerder in de zin geplaatst: ) door alle onderzoeksleiders en hoogleraren een duidelijke externe slag om financiering door sponsoring en partnerships gemaakt worden.

Stormvlaag 5: Juliana
Juliana zal de komende 5 jaar het gezicht van Bouwkunde vormen. Het voormalige hoofdgebouw aan de Julianalaan wordt ingericht voor onderwijs en onderzoek in één enkel gebouw. De faculteit studeert nu op een optimale herindeling. Het zal waarschijnlijk tijdelijk (met de maximale tijdelijke bouwvergunning van 5 jaar) moeten worden uitgebreid met glazen serres om het benodigde vloeroppervlak te halen. We missen de hal van Bouwkunde; zo’n openbare straat moeten we weer creëren. Juliana is een somber gebouw, met helaas lange looplijnen. Maar met goed doordachte ingrepen kunnen we daar een passend tijdelijk tehuis van maken. En met in grote neon letters ‘Bouwkunde’ of ‘Architecture’ op de gevels. Het gebouw zal ons een nieuwe ‘corporate identity’ moeten gaan geven, een beetje MIT-achtig. Juliana is een serieuze tussenfase: het gebouw moet voldoende inspiratie en identiteit gaan uitstralen. En wel met een overgrote bezetting vanaf 1 september 2008.

Stormvlaag 6: Hoogleraren
We hebben ook een belangrijk structureel en organisatorisch probleem: het aantal hoogleraren, met name bij de afdeling Architectuur, is te gering om strategisch elan uit te stralen. Prof.Kees Kaan sprak onlangs over een “minimaal 8,3 fte tekort van hoogleraren bij architectuur”! Daar kan een grote achterstand uit ontstaan. We moeten werken aan een heftig debatterende faculteit in een tijdelijk gebouw en we hebben inspirerende hoogleraren nodig om ons daarin te leiden. Er is een gebrek aan smaak- en spraakmakende architecten die de faculteit elan moeten geven, zeker in een moeilijke periode als deze. Ook over de Wederopbouw of Nieuwbouw moet worden gedebatteerd. Wellicht moeten we ook een poule van gasthoogleraren instellen die elke vrijdag strijk en zet voor een volle zaal volledig in debat gaan over alles wat er zoals in de architectuur te bedenken is en de belangrijke problemen die de faculteit raken. Een oproep aan architecten in het land om Bouwkunde met minimaal een dag in de maand te komen stimuleren lijkt een goed idee.

Stormvlaag 7: Nieuwbouw
En dan de nieuwbouw. Goed kijken naar de meest passende situatie. Neem de beslissing daarvoor niet te vroeg. En in alle openheid een goed programma daarvoor maken dat niet alleen de huidige toestand bevestigt. Elke 5 jaar een nieuwe onderwijssysteem: hoe moet je dan een gebouw ontwerpen dat 50 jaar met 10 wisselingen van onderwijs mee kan gaan? Bouwkunde staat nu in het midden van de belangstelling van de architectonische wereld. Dan moeten we vasthouden. Met die aandacht op ons gericht zal er een grote internationale prijsvraag gehouden moeten gaan worden, met publieke discussies, zoals in 1969, veel hectiek, internationale coryfeeën die hun ontwerp hier komen uitleggen en verdedigen met “bloed aan de muur” zoals Michiel Riedijk dat zo treffend zei. En dan het feest van het bouwen en onze toekomst in Nieuw Bouwkunde.

Tot slot
In een faculteit Bouwkunde waar al zoveel veranderingsballen tegelijkertijd in de lucht gehouden werden door de decaan, kwam de brand hoogst ongelegen. We zullen gezamenlijk aan alle zelf veroorzaakte en andere problemen moeten werken. En liever geen nieuwe problemen creëren om ze vervolgens weer met alle tijdverlies van dien weer op te lossen, zoals we gewend zijn te doen.

Het beeld van Prometheus dat vroeger voor het Hoofdgebouw op een sokkel stond, kan misschien beter niet meer terugkomen, want Prometheus stal het vuur van de Goden, die hem daarvoor gruwelijk straften, maar de Grote Brand van Bouwkunde werd toch echt veroorzaakt door een stom ongelukje.

Mensen passeren, gebouwen vergaan, maar Bouwkunde Delft blijft een internationaal begrip!

Lees verder…

Michiel Kobussen

Beste bouwkunde,

13 mei halftien, collega architect ook in Delft gestudeerd komt mijn kamer binnen en vertelt dat Bouwkunde in brand staat, de zesde verdieping.
Wat zit daar, oja bouwmethodiek, van randen, proefopstellingen in dubbel hoge ruimte.
Kijken via internet TVwest, NOS, Radiojournaal.
Close up zuidgevel. Hoog matglas, rook komt als stoom uit het gebouw.

Halftwaalf, opnieuw kijken via internet: 10 zuid staat in brand, mijn plek: Saariste, Ligtelijn, Das, Risselada, Van Zwol, Polak, Má_el

Halftwee, zuid is een stalen karkas gelijk Mies van de Rohe, fantastisch. Een andere collega architect spreekt me aan op de gang; Bouwkunde is niet meer te redden
Ik kijk hem aan en zie tranen in zijn ogen. Mis s’avonds het nieuws en ben pas om middernacht thuis en probeer op de televisie nog informatie te krijgen over de stand van zaken. Het laat me niet los.

Halfacht, in de auto, boeken, stoelen alles is verloren er is niets meer over, ik denk aan duizenden mensen die het zelfde denken: wat een groot verlies, de bibliotheek!!
Het gebouw is weg. Indesem, blauwe banieren, de roestvrijstalen leuning met donkergroene balusters, het lijnen spel en de verbindingen, mijn god wat hou ik van dat gebouw, de slanke dunne betonkolommen vol met staal.

In gedachte loop ik door het gebouw naar alle plekken en zwerf over de gangen.
Blokkenhal, bibliotheek, kelder, trappenhuizen, maquettehal, tekenhal, ateliers, trekstangen voor insteekverdiepingen, kantoren, collegezalen.
Uitgewassen grindbeton. Hoe zag die deur er ook alweer uit. Is die parabolenspiegel, uit een luchtafweerschijnwerper van de Duitsers, van de zonsimulator nog intact?

Ik wil naar Delft maar doe het niet. De rondgang door het gebouw in mijn hoofd gaat door terwijl het gebouw er niet meer is. In gedachte ontdek ik nieuwe plekken in het gebouw waarvan ik me nog niet bewust was. Ik wil dat het gebouw herbouwd wordt.

Lees verder…

Meindert Booij

Beste bouwkunde,

OPTIMISME

Na het eerste jaar gestudeerd te hebben aan de Ezelsveldlaan met tochtige atelierruimtes, betrokken wij in mijn tweede studiejaar 1970 het nieuwe gebouw voor Bouwkunde. Daar was alles nog open en leeg. Pas later kwamen de schotten in de ateliers en hier en daar verschenen afgedankte bankstellen. Ook de weg naar Bouwkunde toe was open en leeg. De huidige forse bomen van de TU-wijk waren toen in de TH-wijk nog pas aangeplante staakjes. Bouwkunde was wel heel ver weg van Delft.

Alles was nieuw en onbeschadigd, samen met de uitgebreide faciliteiten gaf het een gevoel van weldadige luxe. Hoe uitnodigend, open en transparant was dat gebouw zodat je de levendigheid kon ervaren van het gemeenschappelijk actieve op de begane grond tot rustiger ateliers op de verdiepingen. Misschien besef je dat later pas goed als je gebouwen meemaakt die dat niet hebben.

Toen ik bij de architectengemeenschap Van den Broek en Bakema ging werken hoorde ik meer over de achtergronden van het gebouw. Van den Broek had de competitie onder de architectuurhoogleraren gewonnen met een plan dat was gebaseerd op gemeenschappelijke faciliteiten in de onderbouw met in de bovenbouw voor elk studiejaar twee verdiepingen die met vides aan elkaar werden gekoppeld. Bizar was dat in 1970 voor het eerst zo genaamde verticale ateliers werden ingevoerd, studenten uit verschillende studiejaren werkten juist samen in plaats van streng gescheiden door verdiepingen.
De functionele benadering van Van den Broek gaf echter veel karakter aan het gebouw. Het gebouw was verder zo flexibel dat veel veranderingen in het onderwijs konden worden opgevangen. Ik weet niet of de twee maquettes behouden zijn, ze stonden voor de vergaderzalen. De ene van het prijsvraagplan van Van den Broek, waarbij de ateliers nog alle aan de oostkant waren gelegen. De andere van het uitgevoerde plan, met de hoogbouw in bajonetvorm, naar ik begreep door toedoen van Hans Boot, de projectarchitect. Hans Boot was jaren mijn leermeester in het bureau.
Het ervaren van zijn benadering en denkwijze hebben mij Bouwkunde later nog beter leren begrijpen. Het zat heel uitgekiend in elkaar, alles beredeneerd en consequent doorgevoerd, getuige van zijn tijd.

In de collectie fotoalbums op ons bureau, naar werknummer geordend en aanvangend met de Van Nelle fabriek staat Bouwkunde onder nummer 1140. Het zijn vijf albums met foto’s van maquettes, voorstudies, uitvoering en de eerste gebruikers. Waardevol dat die albums er nog zijn, maar het is triest om ze door te bladeren.

Deze albums stralen ook het optimisme uit waarmee het gebouw indertijd tot stand kwam, een optimisme wat weer opnieuw kan ontstaan bij het denken over de toekomst van Bouwkunde!

Lees verder…

Martine Muller

Beste bouwkunde,

Herinneringen aan Bouwkunde.…Ik heb er talloze, maar vooral aan diegene en datgene wat er zich in dat gebouw afspeelde en relatief weinig aan het gebouw zelf. Er is er echter één die me, weliswaar met schaamrood op de kaken, altijd bij zal blijven. Hierbij mijn bijdrage voor herbouwkunde.…

INVALIDENTOILET

Het was een van mijn eerste dagen op bouwkunde. Ik had college in zaal A en ineens moest ik dringend naar de wc. Ik wist nog niet helemaal de weg in het gebouw en de dichtstbijzijnde damestoiletten bleken wegens reparatiewerkzaamheden buiten bedrijf. Enigszins gehaast spoedde ik een trap op en trof op de 1e etage het invalidentoilet.

Met enige aarzeling betrad ik deze, niet voor mij bedoelde, ruimte. Maar waar was het lichtknopje? Niet links en niet rechts, niet binnen niet buiten. De ruimte was groot en pikkedonker maar in de verte stond onmiskenbaar de toiletpot..

Mijn nood was inmiddels hoog en ik besloot de gok te wagen… Ik schatte de richting en afstand, mogelijke obstakels en oriëntatiepunten. Voorzichtig sloot ik de deur, draaide het slot op bezet en schuifelde behoedzaam in de goede richting. Zonder problemen bereikte ik mijn doel en opgelucht nam ik plaats…

Nu nog even doortrekken.… Maar waar was een knop of ketting? Niet op de daarvoor doorgaans bestemde plekken?! Gelukkig vond ik, nog steeds zittend met de broek nog op mijn knieën, op de tast naast mijn enkels een koord. Van het licht misschien? Ik trok eraan maar er gebeurde helemaal niets. Nogmaals een ruk aan het koord dan maar…

Tot mijn ontzetting werd op hetzelfde moment de deur opengerukt, het licht ging vol aan en er stormden drie heren naar binnen die, eveneens verbijsterd, in koor riepen “U had gebeld?!”

Lees verder…

Marloes Wessels-van Drunen

Beste bouwkunde,

Dinsdag 13 mei 2008: Ik begin de dag bij een klant in Den Haag met een workshop over organisatiegericht huisvesten. Op de terugweg in de auto naar mijn kantoor in Rotterdam denk ik verder over welk kantoorconcept het beste past bij deze opdrachtgever. Ter hoogte van Delft zie ik grote zwarte wolken. In gedachten verzonken registreer ik de zwarte, donkere wolken als onheilspellend, maar ik leg niet de verbinding met de mogelijke oorzaak. ‘s Middags is het opeens onrustig op kantoor. Een collega die www.nu.nl in de gaten houdt, komt met het nieuws dat “bouwkunde is afgefikt”. Ik slik een keer en dan dringt het pas tot me door dat de wolken vanmorgen van mijn faculteit waren. De ontsteltenis op kantoor is groot. Wat wil je ook met 16 bouwkundigen onder 1 dak, waarvan er 6 uit Delft komen! Het voelt aan als “nine-eleven”. Over 10 jaar weet ik nog steeds wat ik deed op de dag dat de faculteit Bouwkunde afbrandde.…..

Namelijk een workshop geven met als doel het ontwikkelen van een passend kantoorconcept. Ik denk automatisch terug aan hoe ik adviseur geworden ben. In 1996 begon ik aan de studie Bouwkunde. Niet omdat ik architect wilde worden, maar omdat bouwmanagement & vastgoedbeheer me een leuke combinatie van techniek en bedrijfskunde leek. De eerste dag zal ik niet snel vergeten. De immense overkapping bij de entree was indrukwekkend. Ondanks het feit dat we met zeker 50 man in één bus aankwamen tegelijkertijd met tal van fietsers leken we bij het binnengaan van het gebouw klein en onbelangrijk. Het gebouw was aanwezig en omringde je, alles viel in het niet. De hal zelf was al net zo groot en indrukwekkend. Waar ik me de eerste dag flink verloren voelde in de ruimte, werd de hal al snel de ideale ontmoetingsplaats om koffie te drinken, bij te praten, op te warm met je kont op de verwarming en je rug tegen het glas in de zon of gewoon te lummelen en mensen te kijken. Gedurende mijn studie heb ik heel wat uren in de hal doorgebracht en naar mate de jaren vorderde slonk de hal in mijn verbeelding van gevoelloos, lelijk en groot naar licht, ruimtelijk en aantrekkelijk. Al bleef de koffie niet te drinken!

Niet alleen de hal was groot en imposant, maar ook de vormstudiehal kun je gewoonweg niet vergeten. Het creatieve hart van het gebouw dat altijd klopte. Voor mij is dit het deel waar de architectuur tot leven kwam, zowel in woord, beeld als in de fysieke vormen van de ruimte zelf. Eenmaal aanwezig in die ruimte kon je de passie voor architectuur voelen en werd je vanzelf meegezogen in zinnige, maar ook onzinnige creatieve (denk)processen. Als ik ooit getwijfeld had of ik toch niet architect wilde worden, dan had deze ruimte me zeker overgehaald!

Maar ik wilde geen architect worden en ging de afstudeerrichting BMVB doen met de basis op de 13e verdieping. In ieder geval de verdieping met het mooiste uitzicht. Alle “kantoorverdiepingen” stonden echter in contrast met de enorme ruimtes op de begane grond. Op het eerste gezicht gewoon kantoren, een gang, per verdieping een collegezaal en op de koppen werkateliers. Deze werkateliers ben ik echter het meest gaan waarderen. Achter de computer om verslagen te maken, handtekenles met een prachtig uitzicht en met medestudenten werken aan een project of een case. Heel wat bloed, zweet en tranen liggen in die ruimten. Het prototype van een “multifunctionele” flexibele ruimte, die niet aan tijdgebonden is.

Bouwkunde heeft me geleerd wat een gebouw en de inrichting met je kan doen. Mijn liefde voor organisatiegericht huisvesten is hier begonnen!

Lees verder…

Mark Smit

Beste bouwkunde,

Mijn kennismaking met Bouwkunde was kort en krachtig. Wat doe je als jonge ondernemer als een stagiair in dienst treedt? Juist: je gaat naar het afstudeerpraatje (of hoe dat precies heet) om ‘’commitment’’ en ‘’betrokkenheid’’ te tonen. Hand geven aan trotse pappa en mamma. Zoen van tante Coba en wie weet ontmoet je nog meer interessante mensen.

Niets bleek minder waar. In gedachten stuurde ik mijn bolide het parkeerterrein van Bouwkunde op. Voor het eerst een nieuwe auto. Je weet wel, zo één die nog lekker naar kunststof ruikt en waar je al dan niet stiekem enorm trots op bent. Een jongensdroom.
Uit onverwachte hoek – om precies te zijn van rechts – kwam de ontnuchtering. Nog nooit heeft een Opel binnen 10 minuten na de start zoveel schade aangericht. Onvrijwillig maakte ik kennis met de afstudeerbegeleider.

Met de auto is het niet meer goed gekomen. Bouwkunde heb ik pas jaren later weer gezien. De auto veilig op afstand geparkeerd – je weet maar nooit – met attributen voor een bedrijvendag op weg naar wat een doorsnee jaren 70 betonblok leek.
Bleek toch indrukwekkend goed in elkaar te zitten. Sommige dingen verdienen een tweede kans.

Lees verder…

Mark Poley

Beste bouwkunde,

Herbouwkunde

Het gebouw wordt gesloopt en dat is wel een heel drastische manier om afscheid te nemen. Uiteindelijk verwacht je dat een dergelijke kolos altijd wel zal blijven. Voor mij leek dat een soort gegeven. Het zal inmiddels tien jaar geleden zijn dat ik daar de internationale hoogbouwmodule volgde. Aan de slag met hoge torens, in een omgeving waar in alles mogelijk leek en alleen het gebrek aan bevlogenheid en inspiratie je echt werd verweten. Heftige discussies met teamgenoten, waarbij realiteitszin op de laatste plaats bleek te staan. Alleen met dromen maak je ambities waar en wat konden we dat goed op Bouwkunde, dat dromen in ieder geval. Tien jaar en een aantal hoogbouwprojecten verder, weet ik dat het niet bij dromen is gebleven. Dankzij Bouwkunde is de sky voor mij letterlijk een stuk dichterbij.

Bouwkunde was groot en toch intiem. Geen beter voorbeeld dan die gekke centrale hal. Wie heeft er niet brak, verveeld en dan weer gezellig aan die tafels gezeten en koffie gedronken. Bouwkunde is terugkijkend voor mij veel meer dan het gebouw, het is toch een deel van mijn leven. Bouwkunde is de smeltkroes van contrasten, de botsing van schalen, de haat-liefde verhouding tussen de vorm en de techniek, maar toch bovenal de mensen. Bouwkunde schept een band, als je klasgenoten weer ziet, in het werk mede-studenten herkent of docenten tegen het lijf loopt. Dankzij Bouwkunde ben ik gegroeid. Eén ding is echter nog steeds hetzelfde gebleven: aan scripties hou ik een hekel. Voor de MRE zit ik nu weer middenin die stress. Regelmatig stel ik me dan nu ook de vraag: waarom heb ik het niet bij “good old” Bouwkunde gehouden? Het antwoord is simpel: net als Bouwkunde ga ook ik verder. Maar wat kijk ik zo af en toe met genoegen even terug.

Lees verder…

Marinus Gout

Beste bouwkunde,

Nogmaals het gebouw Bouwkunde

Er zullen nog maar weinig afgestudeerden in leven zijn, die hun bouwkundige studie voltooid hebben in het historische gebouw aan de Oude Delft 39a, dat eens toebehoorde aan de Oost- Indische Compagnie. Maar die zullen nog weten, dat er toen al een ruimteprobleem voor teken- en collegezalen was, ondanks het feit dat er niet meer dan circa 120 studenten waren. Toch moesten er na 1945 al zalen in de Nieuwe Laan in gebruik genomen worden, maar ook aan de Oude Delft 75 en aan de Oude Delft 93. Dat laatste was in gebruik voor het maken van de maquettes en het vak ‘boetseren’. Beide vakken gebeurden in het materiaal klei, dat in tegenstelling tot het huidige materiaal kunststofschuim absoluut onbrandbaar was: het gebouw aan de Oude Delft 93 staat er nog steeds !

Al enkele jaren na de Tweede Wereldoorlog werd een eerste begin gemaakt met een ontwerp voor een nieuw gebouw in de Wippolder door het houden van een interne prijsvraag onder de hoogleraren van de Faculteit. Daarbij werd het ontwerp van prof. ir. J. v.d. Broek als het meest aanvaardbare verkozen en het is dan ook deze architect, die toen al zijn eigen ideeën aan het project verbond, nl. elke student een tekentafel op een eigen plek. Bovendien wilde hij door hoge ramen op de noordzijde elke tekentafel van het daglicht laten profiteren. Zo ontstond een ontwerp met aan één zijde de hoge tekenruimten en dan aan een gang de kabinetten van de docenten aan de andere zijde. De verdiepinghoogte van de tekenruimten had hij omwille van de inval van het daglicht op maar liefst ca. 6 m. gesteld, waarbij de kabinetten de halve hoogte kregen. Uitgangspunt voor het ontwerp was een aantal van 350 Bouwkunde studenten.

Voordat het ontwerp tot een uitvoerbaar plan was verwerkt en de vergunning tot het bouwen van het betreffende ministerie was verkregen, was dit aantal al ver overschreden. We besloten toen het aantal tekenplaatsen op 750 te stellen. Op 14 september 1964 was echter al de eerste paal voor het gebouw geslagen. Dat bracht prof. v.d. Broek ertoe in de 6 m. hoge tekenzalen een tussenverdieping met een hoogte van ca. 3 m. te maken, die op gelijke hoogte met de kabinetten kwam, waardoor het daglichtverhaal opgeofferd werd.

Intussen moest er echter nog tijdelijke ruimte in gebouwen aan de Julianalaan, de Nieuwe Laan en de Ezelsveldlaan ingenomen worden, omdat het aantal studenten bleef groeien en het voorstel van een studentenstop niet aan de orde mocht komen. In de zomer van 1969 was de bouw van de laagbouw in het nieuwe gebouw zo ver gevorderd, dat daar de secties boetseren, elementaire vormstudie en interieur ondergebracht konden worden. Het duurde nog tot de zomer in 1970, voordat de hoogbouw gereed was. Het aantal studenten was toen echter de 2000 al gepasseerd, zodat er van een eigen tekenplaats voor elke student geen sprake was.

Het is in deze ‘overbevolking’, dat we de oorzaak van de fatale brand van dinsdag 13 mei 2008 moeten zoeken. Kortsluiting, jawel, maar het gebouw lag vol met brandbare materialen: de stapels papier, de tekentafels met de houten borden en niet te vergeten de vele maquettes, die niet meer van klei gemaakt werden, maar van hout, papier en kunststofschuim. Eind 2007 moest ik nog in het gebouw zijn, waar ik met onbehaaglijke gevoelens rondliep. Die gevoelens zijn een half jaar later tot werkelijkheid geworden.

De vrees bestaat, dat door de publiciteit van de brand het aantal studenten nog verder zal toenemen. Men zal dan gedwongen zijn een aantal verregaande maatregelen te nemen om herhalingen van de gebeurtenissen van 13 mei j.l. te voorkomen. Het ideaal van prof. v.d. Broek van de dagverlichte tekenplek voor elke student zal wederom een utopie blijken te zijn.

Lees verder…

Maarten Min

Beste bouwkunde,

Mijn band met het gebouw voor bouwkunde heb ik gevisualiseerd in een stripverhaal dat volgend jaar uitkomt, in de vorm van een soort lof-der-zotheid op het gebied van de architectuur, lessen voor jonge architecten. Ik voeg deze bladzijde toe als voorpublicatie, in zwart/wit – de eindvorm zal in kleur worden uitgebracht.

Lees verder…