Lief Bouwkunde,

Wat een mooie fik maakte je ervan. Een fik waar vakmatig nog lekker over kan worden doorgeouwehoerd, eentje die een langlopende samenzweringstheorie verdient. En wat een uitgewogen vuurchoreografie van zigzagpatronen. Mooi dat water zo’n prominente rol speelde; wateroverlast veroorzaakt kortsluiting in een op water draaiende koffiemachine, het water van de slotgracht houdt de brandweer op afstand, die aanvankelijk onvoldoende waterdruk heeft om de superwaterspuit in te zetten… Water en vuur, je was altijd al – mooi-lelijk, nuttig-nukkig — een contradictie in beton.

Toen ik vanuit mijn kantoor in het Groothandelsgebouw dreigende rookwolken aan de horizon zag verschijnen, en al snel berichten volgden dat jij het was die in brand stond, besloop mij toch de onvermijdelijke eindelijk-de-school-in-de-hens gedachte. Maar ja, wat heb je daaraan als het bijna 25 jaar te laat is? Hoe ouder, hoe sentimenteler kennelijk, want tot mijn eigen verbazing bleek ik warmere gevoelens voor je te koesteren dan ik voor mogelijk had geacht.

Want laten we eerlijk zijn schatje, echt mooi was je niet. Wel lekker makkelijk in de omgang. Ogenschijnlijk saai, maar betrouwbaar en vol van onvermoede, sensuele diepgang toen ik je eenmaal goed leerde kennen. Dat was in ‘78 toen ik voor het eerst als hoofd bierlogistiek meedraaide in de organisatie van het Bouwkundefeest. Ik was onmiddellijk verkocht en deed latere jaren nog twee keer mee door samen met Bernard Heesen (toen een beest pur sang, nu paradoxaal genoeg beroemd glaskunstenaar) de keldergang grimmig-feestelijk aan te kleden. Tijdens die grootse gebeurtenissen ontpopte die grijze muis zich opeens tot een genadeloos feestbeest. Je dreunde en stampte, je flikkerde en zwaaide, je rook naar bier en zweet. En diep in de nacht opende je in de kelder je diepste, meest intieme delen. Opeens bleek je voorzien van geheime krochten, van duistere plooien en oksels, van geurende holtes en stinkende kanalen.

Daar, in jouw meest indringende ruimte, die onderaardse lage-lange-rechte gang met die vreemd-subtiele bajonet halverwege, leerde ik je pas echt kennen. Jouw diepste geheimen, jouw echte schatten werden alleen door dat kanaal ontsloten. Daar lagen de kelders met weinig gevraagde, maar o zo bijzondere tijdschriften, kasten met lang vergeten tentoonstellingen, nooit bekeken dia’s, ooit getekende gipsmodellen. Subtiel geurend naar fietsbanden en motorolie, wapperend en kletterend je luchtkanalen, schurend en schavend je baksteen muren. Eens te meer bleek dat je het ware karakter van een huis moet zoeken in de kelder en op de zolder. Want ook daar in de hoogte, in dat geheime kraaiennest boven de laatste liftstopplaats, met een magistraal uitzicht over stad en ommeland, was je mooi en groots.

Vaarwel Bouwkunde. Je bleek een onverwachte koningin. Maar de koningin is dood, dus leve de nieuwe koningin!

Piet Vollaard

#a:1:{s:4:"text";s:2:"49";}
Naam: Piet Vollaard
Band met Bouwkunde: a:1:{s:4:"text";s:22:"Alumnus, ex-gastdocent";}
Periode: a:1:{s:4:"text";s:19:"Ehh... 1974 - 1984?";}
Huidig werk: a:1:{s:8:"textarea";s:33:"Directeur/hoofdredacteur ArchiNed";}